Gemeenten bevestigen noodzaak AMvB reële prijs

Categories: blogTags: , on

Vandaag verscheen een artikel van wethouder Corine Dijkstra van gemeente Gouda in Zorgvisie. Gouda leidt het verzet van de grootste 40 gemeenten (G40) tegen de schijnbaar slechte deal die VNG heeft gemaakt met het Rijk over de gemeente-financiën. Ik maak me ernstig zorgen over deze strijd tussen gemeenten en het Rijk, die over de ruggen van zorgaanbieders lijkt te worden gevoerd.

Eerst wat zaken rechtzetten over uitspraken die Dijkstra deed. Zo zegt ze dat er geen rem meer is op de loonstijgingen die werkgevers en werknemers afspreken. Dat is een onzin-uitspraak, die geen recht doet aan de beheerste loongroei die de CAO-VVT kenmerkt. Werkgevers en werknemers zijn ‘gekke henkie’ niet. Natuurlijk weten vakbonden en werkgevers dat er grenzen zijn aan de mogelijkheden van een cao. Bovendien hebben we niet alleen te maken met gemeenten. Een relatief klein deel van de CAO-VVT speelt zich af in het gemeentelijke domein. Een veel groter deel van de zorg nemen zorgverzekeraars en zorgkantoren voor hun rekening. En er zijn ook mensen die de zorg zelf betalen. De uitspraken lijken vooral ongegronde angst te moeten aanwakkeren. Waarvoor is me niet helemaal helder.

Tevens zegt Dijkstra dat gemeenten ook poetshulpen kunnen inschakelen en dus een andere CAO kunnen toepassen. Dat is ook weer een ongerichte dreiging. Tegen wie en waarom is me niet duidelijk. Maar schijnbaar wil ze een statement maken dat gemeenten niet met zich hoeven te laten sollen en de wet naar hun eigen hand kunnen zetten, wanneer ze daar zin in hebben. Precies om dit soort uitspraken hebben we in Nederland CAO’s die de rechten van werknemers beschermen en willekeur tegengaan. De uitspraak is bovendien in strijd met uitspraken van de vorige staatssecteris van VWS, Martin van Rijn, die in zijn antwoord aan de Tweede Kamer duidelijk heeft gemaakt dat er maar één CAO van toepassing is voor hulp bij het huishouden en dat is de CAO-VVT. De wetgever maakt hier duidelijk hoe de wet geïnterpreteerd moet worden. En niet alleen u en ik, maar ook gemeenten moeten zich aan de wet houden.

De G40 is tegen de AMvB reële prijs. Dat kan wel zo zijn, maar toe nu toe laten gemeenten nog niet erg merken dat ze reële prijzen voor hulp bij het huishouden serieus nemen. Al eerder hebben wij aangegeven dat het merendeel van de gemeenten te lage tarieven betaalt. Hoezo is die AMvB dan niet nodig? Die is meer nodig dan ooit. Als gemeenten niet snel iets aan de tarieven doen, dan gaan er weer veel, heel veel zorgaanbieders omvallen en verliezen veel medewerkers hun baan.

De G40 is vooral tegen de deal die VNG heeft gemaakt. Steeds meer gemeenten geven aan dat ze met het geld dat ze krijgen, de zorg niet meer kunnen betalen. Als dat waar is, ik kan het zelf niet verifiëren, dan heeft VNG boter op het hoofd. De VNG heeft namelijk steeds aangegeven dat gemeenten geld genoeg hebben om de HV-schaal te betalen en CAO-stijgingen op te vangen. Gemeenten betwisten dit dus. Deze twist dreigt een drama te worden voor de zorg, als het niet wordt opgelost. Werkgevers en werknemers willen goede zorg leveren aan mensen die zorg nodig hebben. De zorg is absoluut niet gebaat bij deze bekvechterij. Je mag werkgevers niet kwalijk nemen dat ze goed voor het personeel willen zorgen en daar een fatsoenlijke vergoeding voor vragen. Want dat is waar we het hier over hebben.

Maarten Oosterkamp, bestuurssecretaris

Gemeenten hebben geld genoeg voor het sociaal domein

Categories: blogTags: , , on

De afgelopen tijd horen wij vaak dat gemeenten zeggen geen geld te hebben om dekkende tarieven af te spreken voor de diensten die ze inkopen voor het sociaal domein, zoals hulp bij het huishouden. Zorgaanbieders lopen er tegenaan dat dit als argument wordt gebruikt om de prijzen laag te houden.

Ik vind het een onverkwikkelijke redenering. Gemeenten en zorgaanbieders moeten een passende en dekkende prijs overeen kunnen komen voor het werk dat wordt geleverd. Zorgaanbieders die hun verantwoordelijkheid nemen om goede werkgevers te zijn, zouden juist moeten worden omarmd. Het is mensenwerk. De medewerkers die in dienst zijn bij zorgaanbieders zijn doorgaans burgers in dezelfde gemeente, net als de cliënten die hulp nodig hebben. Daar zou elk gemeentebestuur toch oog voor moeten hebben?

Hoe zit het dan met de vergoeding die gemeenten krijgen? Hebben ze genoeg geld om zorg in te kopen? Hebben ze genoeg geld om de CAO te betalen? Ja, er is geld genoeg. Ik focus me op de hulp bij het huishouden.

Vorig jaar, in de zomer van 2017, kwamen werkgevers en werknemers, met steun van het ministerie van VWS, overeen dat huishoudelijk hulp beter betaald moet worden. In de CAO is een nieuwe HV-loonschaal ingevoerd, die een forse verbetering is voor de medewerkers die tot nu toe in FWG-schaal 10 van de CAO-VVT waren ingeschaald. In het voorjaar van 2018 is die CAO-afspraak definitief gemaakt.

Het ministerie van VWS en de VNG zijn van meet af aan op de hoogte geweest van de kostenstijgingen als gevolg van de HV-loonschaal en hebben afspraken gemaakt hoe gemeenten deze kostenstijging kunnen opvangen. VNG heeft daarover verschillende berichten gepubliceerd.

Het eerste bericht van VNG-> gemeenten worden gecompenseerd voor de loonschaal:

https://vng.nl/onderwerpenindex/maatschappelijke-ondersteuning/financien-wmo/nieuws/akkoord-over-hogere-loonschaal-huishoudelijke-hulp-wmo

Het tweede bericht van VNG -> compensatie voor gemeenten komt voort uit het Interbestuurlijk Programma (IBP) dat de VNG afsloot met het Rijk

https://vng.nl/files/vng/20180329-invoering-nieuwe-loonschaal-hh.pdf

Maar met een eenmalige afspraak over de loonschaal zijn we er nog niet. CAO-afspraken worden met regelmaat herzien, want lonen moeten blijven meegroeien met de kostenstijgingen waar alle Nederlanders mee te maken hebben. De huren en de boodschappen worden altijd duurder. Om de loonstijgingen, die worden afgesproken in CAO’s, te kunnen opvangen krijgen de verschillende zorgfinanciers (gemeenten, justitie, zorgkantoren en zorgverzekeraars) jaarlijks een toevoeging aan hun budget. Deze toevoeging noemen we de OVA-index. Deze index bevat drie componenten: 1) de loonindex (ongeveer gelijk aan het inflatiecijfer), 2) een component die compenseert dat medewerkers stappen maken in hun loonschaal (dus in een hogere trede terecht komen) en 3) een component die bedoeld is ter compensatie voor de stijging van sociale premies. Het OVA-indexcijfer is een percentage. Ook gemeenten krijgen deze OVA-index en kunnen daarmee de CAO-loonstijgingen betalen.

Dit is te lezen in de derde update van VNG -> Voor de CAO-stijging worden gemeenten gecompenseerd via de OVA-index.

https://vng.nl/onderwerpenindex/maatschappelijke-ondersteuning/maatwerkvoorzieningen-wmo/nieuws/update-invoering-nieuwe-loonschaal-huishoudelijke-hulp

Tenslotte, er zijn gemeenten die, ondanks alle toevoegingen aan het gemeentefonds, het financieel niet redden. Deze gemeenten kunnen een beroep doen op een speciaal noodfonds voor het sociaal domein

https://www.binnenlandsbestuur.nl/bestuur-en-organisatie/nieuws/100-miljoen-extra-voor-tekorten-sociaal-domein.9581280.lynkx

Kortom, het gebrek-aan-geld-argument is geen valide argument om te lage prijzen te bedingen.

 

Maarten Oosterkamp, bestuurssecretaris

5 juni 2018