De thuiszorgmarkt zit op slot

Ondanks het feit dat er in de wijkverpleging veel zorgaanbieders zijn, zit de thuiszorgmarkt op slot. Zorgverzekeraars contracteren conservatief. Wat de boer niet kent, lijkt het devies. Zorgverzekeraars lijken ook gemakzuchtig. Inspanning kost geld, redeneren ze. Liever weinig partijen contracteren dan moeite doen om te oogsten van de diversiteit van het zorgaanbod.

Lees de blog op Skipr

 

Hoofdlijnenakkoord wijkverpleging ondertekend

Minister Hugo de Jonge van VWS en de partijen in de wijkverpleging hebben vandaag het hoofdlijnenakkoord wijkverpleging ondertekend. Daarmee worden de door de onderhandelaars gemaakte eerdere afspraken definitief van kracht. Het akkoord betekent onder meer dat er 435 miljoen extra geïnvesteerd wordt in de wijkverpleging voor de periode 2019-2022.

 

Het Hoofdlijnenakkoord Wijkverpleging is ondertekend door ActiZ, BTN, PFN, VNG, V&VN, ZN en het ministerie van VWS. Met het hoofdlijnenakkoord maken zij afspraken over het voorkomen van (duurdere) zorg,  de zorg dichter bij mensen thuis te brengen organiseren of juist verder weg (als dat omwille van de kwaliteit nodig is) en over het vervangen van bestaande zorg door nieuwe, innovatieve vormen van zorg zoals e-health.

Verder staan in het akkoord afspraken om zo de omvang van niet-gecontracteerde zorg te verminderen, omdat deze een onevenredig groot beslag legt op de beperkte capaciteit van de wijkverpleging. Dat zet het zorgstelsel onder druk.

De ondertekenaars gaan verder onverminderd door met het terugdringen van regeldruk en er zijn afspraken gemaakt over de aanpak van uitdagingen op de arbeidsmarkt.

Om de afspraken uit het akkoord te kunnen bewerkstelligen gaat er extra geld naar de wijkverpleging. Van 2019 tot en met 2022 komt er in totaal € 435 miljoen (exclusief loon- en prijsbijstelling) bij het kader wijkverpleging ten opzichte van de verwachte uitgaven in 2018.

 

 

 

Onderhandelaarsakkoord wijkverpleging 2019 – 2022

Minister Hugo de Jonge van VWS heeft een onderhandelaarsakkoord bereikt met partijen in de wijkverpleging voor de periode 2019-2022. Om de kwaliteit van zorg op niveau te houden en te verbeteren wordt de komende 4 jaar in totaal € 435 miljoen extra in de wijkverpleging geïnvesteerd.

In het onderhandelaarsakkoord zijn afspraken gemaakt over een beweging naar de juiste zorg op de juiste plek. Verder zijn afspraken gemaakt over het verbeteren van het contracteerproces en het verhogen van de contracteergraad om zo de omvang van niet-gecontracteerde zorg te verminderen. Er is een stevige financiële impuls voor het kwaliteitsbeleid. Partijen gaan onverminderd door met het terugdringen van regeldruk zoals het schrappen van de 5-minutenregistratie en er zijn afspraken gemaakt over de aanpak van uitdagingen op de arbeidsmarkt. Vanwege de stijgende zorgvraag (meer ouderen, meer complexiteit in de thuissituatie) zal er niet alleen aandacht moeten zijn voor het aantrekken van meer personeel (waaronder zij-instroom) maar ook voor het (duurzaam) behouden van het huidig personeel in de wijkverpleging.

Zorg op de juiste plek
Zorg op de juiste plek is gericht op 3 bewegingen: het voorkomen van (duurdere) zorg, het verplaatsen van zorg (dichter bij mensen thuis of zelfs thuis als dat kan en verder weg als dat omwille van de kwaliteit of doelmatigheid moet) en het vervangen van zorg door nieuwe, innovatieve vormen van zorg zoals e-health. Ook in andere zorgsectoren zijn afspraken nodig om de gewenste overgang en ambities uit dit akkoord mogelijk te maken. De wijkverpleegkundige vormt samen met de huisarts en de Wmo-deskundige de verbinding tussen de verschillende domeinen.

Om de beweging naar zorg op de juiste plek te ondersteunen gaat er extra geld naar de wijkverpleging. Van 2019 tot en met 2022 komt er jaarlijks 2,4% bij het kader wijkverpleging om dit te ondersteunen. In totaal komt er daarmee over een periode van 4 jaar € 435 miljoen (exclusief loon- en prijsbijstelling) bij het kader wijkverpleging ten opzichte van de verwachte uitgaven in 2018. Daarnaast stelt het ministerie jaarlijks € 5 miljoen beschikbaar om de kwaliteit en transparantie in de wijkverpleging verder te bevorderen. Ook wordt extra geïnvesteerd in het eerstelijnsverblijf.

Betrokken partijen
De afspraken zijn gemaakt tussen het ministerie van VWS, ActiZ, Branchevereniging BTN, Patiëntenfederatie Nederland, Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Betrokken partijen leggen het onderhandelaarsakkoord de komende periode met een positief advies aan hun achterbannen voor.

Onderhandelaarsakkoord wijkverpleging 2019 -2022

 

Kwaliteitskader Wijkverpleging: gezamenlijke visie aanpak kwaliteitsslag

Vandaag hebben ActiZ, Branchebelang Thuiszorg Nederland (BTN), Patiëntenfederatie Nederland (PN), V&VN en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) het Kwaliteitskader Wijkverpleging aangeleverd bij Zorginstituut Nederland (ZiNL). Het kwaliteitskader is de eerste gezamenlijke inspanning om deze vorm van zorgverlening verder te ontwikkelen, om met name de kwaliteit van zorg te vergroten waarbij steeds ‘de wens van de cliënt’ centraal staat. Dat wat de cliënt zelf kan en wil wordt voortaan het uitgangspunt voor wijkverpleging. Wijkverpleging zal goede zorg en ondersteuning bieden, maar ook een toenemend beroep doen op de zelfredzaamheid van mensen en hun naasten. 

Het kwaliteitskader geeft duidelijkheid over hoe goede wijkverpleging eruit moet zien en bevat goede afspraken over meer verdieping, doelmatigheid, meer kwaliteit en minder regeldruk. De komende maanden wordt gewerkt aan de doorontwikkeling van het cliëntmeetinstrument en kwaliteitsinformatie uit het kwaliteitskader. Op 1 juli a.s. wordt hiervoor een uitgewerkt plan van aanpak aangeleverd bij ZiNL.

Het aantal 80-plussers in Nederland gaat stijgen van 700.000 nu naar 1.250.000 in 2030. Van deze ouderen blijft het merendeel langer zelfstandig thuis wonen met ondersteuning uit het eigen netwerk en/of professionals uit de ouderenzorg. Deze groep thuiswonende ouderen groeit van zo’n 270.000 mensen op dit moment naar 350.000 mensen in 2025. De zorg die deze mensen nodig hebben wordt ook steeds complexer. Daarvoor zijn niet alleen méér zorgmedewerkers nodig, maar ook goed opgeleide professionals die zelfstandig gespecialiseerde zorg kunnen geven.

Deze ontwikkelingen vragen om een sterke wijkverpleging met voldoende keuzevrijheid voor de cliënt. Wijkverpleging wil de kwaliteit van thuis wonen verbeteren, ondanks ziekte, behandeling of beperking. Niet alleen intensieve zorg in eigen huis, maar in toenemende mate ook inzet op preventie en behoud van gezondheid en zelfredzaamheid en op de verbinding met andere vormen van hulp aan cliënten (jeugdhulp, dagbesteding, schuldhulpverlening).

Hoogleraar verplegingswetenschap Marieke Schuurmans, die samen met de vijf partijen het Kwaliteitskader Wijkverpleging opstelde: “Dit is een ambitieuze ontwikkeling waarin vanuit een brede blik op gezondheid de wijkverpleging, via preventie en zorg, een belangrijke bijdrage levert aan de kwaliteit van leven van mensen. Waarin kwaliteit nadrukkelijk ook gaat over doelmatigheid en waar een groot besef is van de noodzaak tot met elkaar leren en verbeteren.

Ook de uitkomsten van zorg worden belangrijk, omdat daarmee bijvoorbeeld opname in het ziekenhuis voorkomen kan worden. Dit draagt bij aan zinnige zorg en helpt om de totale zorgkosten beheersbaar te houden. Het Kwaliteitskader Wijkverpleging loopt vooruit op een nieuw bekostigingssysteem voor de wijkverpleging dat in 2020 klaar moet zijn.

Duidelijk is ook dat er nog veel moet gebeuren: de nieuwe aanpak vereist afstemming en inzet van alle betrokken partijen om de bestaande structuren om te buigen naar wat er in de toekomst nodig is. Er bestaat echter eensgezindheid over de noodzaak voor verandering en de kwaliteitswinst die het nieuwe kader oplevert. Schuurmans: “Ik ben er trots op dat de partijen, uitgaande van de behoefte van mensen en de mogelijkheden van professionals, gezamenlijk de schouders eronder hebben gezet om tot dit resultaat te komen.”

        

 

 

Reactie BTN op aangekondigde actiedag wijkverpleging 20-11-2017

V&VN heeft voor 20 november 2017 een actiedag aangekondigd voor verpleegkundigen en verzorgenden die werkzaam zijn in de wijkverpleging.

De actiedag lijkt een vervolg op de eerder dit jaar door V&VN verstuurde brandbrief over de nijpende personeelstekorten in de wijkverpleging.

BTN herkent de problemen die door V&VN worden aangekaart. De werkdruk loopt op door een combinatie van een snel toegenomen en verder toenemende zorgvraag, toenemende complexiteit van de zorgvraag en toenemende administratieve lasten. Werkgevers, vakbonden en overheid sloten in de zomer van 2017 een convenant om de arbeidsmarktproblemen aan te pakken. De problemen in de wijkverpleging lijken niet door iedereen te worden onderkend. In plaats van dat de zorgverzekeraars helpen om de toenemende druk in de zorg thuis op te lossen, lijken ze vooral de andere kant op te kijken en maken ze de problemen erger. Zo zijn de tarieven voor wijkverpleging als gevolg van het inkoopbeleid van de zorgverzekeraars de afgelopen jaren over de gehele linie sterk gedaald. Uit onderzoek door de NZa is dit voorjaar gebleken dat de uurtarieven inmiddels zo laag zijn, dat de kosten niet meer kunnen worden gedekt. Daarnaast krijgen de cliënten gemiddeld genomen ook steeds minder zorg, doordat in de inkoopcontracten de gemiddelde volumes per cliënt voortdurend worden terug gedraaid. De verpleegkundigen en verzorgenden krijgen dus gemiddeld genomen steeds minder tijd per cliënt. Daarbij zien wij dat de markt niet meer werkt. Veel zorgaanbieders zijn niet opgewassen tegen de macht van de zorgverzekeraars en de eisen die verzekeraars stellen. Ze tekenen bij het kruisje en moeten zien te dealen met te lage tarieven en met contracteisen die bijna onhaalbaar zijn. Cliënten die hun heil zoeken bij een zorgaanbieder zonder contract, krijgen in toenemende mate te maken met de hindermacht die door zorgverzekeraars wordt opgeworpen. Kopieën van diploma’s van zorgmedewerkers, kopieën van indicaties en complete behandelplannen moeten worden opgestuurd. Nota’s worden traag uitbetaald.

Voor veel zorgverleners is de maat vol en is de druk te ver opgelopen. BTN roept de zorgverzekeraars op om zorgaanbieders niet af te rekenen op de eventuele gevolgen van de actiedag van verpleegkundigen en verzorgenden; er wordt die dag gewoon zorg verleend, er wordt die dag alleen minder geregistreerd. Dit is een signaal om serieus te nemen.

Overeenkomst tussen wijkverpleging, ggz, ziekenhuis en apotheek

Het is in de wijkverpleging niet anders dan in de ziekenhuizen, in de ggz of in de apotheek. Een in omvang beperkte groep cliënten maakt hoge kosten. Verzekeraars lijken dit niet door te hebben of willen het niet snappen. Je kan niet iedereen op ” gemiddeld zorggebruik” (11-15 uur zorg per maand) zetten en vervolgens beweren dat je gepaste zorg inkoopt. Dan voldoe je als verzekeraar niet aan je zorgplicht. Zorgaanbieders die zich richten op die bovengemiddelde groep cliënten, bijvoorbeeld op cliënten met multimorbiditeit, cliënten in de laatste levensfase of in de palliatief-terminale fase, doen dus niets fout en zijn ook niet ondoelmatig. En die hoef je ook niet meteen als boeven weg te zetten, zoals Zilveren Kruis doet.
Verzekeraars: verdiep je echt in welke zorg je bij wie in koopt. Kom achter je laptop met spreadsheet vandaan. Zie hoe kleurrijk het palet zorgaanbieders is en hoeveel kansen er zijn om wachtlijsten te beperken. Neem ook je verzekerden serieus en kijk waar hun voorkeur ligt.
NZa: pak zorgverzekeraars aan die alle zorgaanbieders (en daarmee alle cliënten) over 1 kam scheren en op een urenrantsoen zetten. Dat is geen passende zorg. De route die verzekeraars nu bewandelen leidt tot overbevolking van SEH’s, ziekenhuizen en verpleeghuizen. Zonde en niet nodig.

 

Maarten Oosterkamp, bestuurssecretaris

24 oktober 2017

Zilveren Kruis zegt: u bent schuldig totdat het tegendeel is bewezen

Is het u ook opgevallen? De laatste maanden zoekt Zilveren Kruis telkens de media op om te berichten over onderzoeken naar ‘fraude in de wijkverpleging’. We doen naar zo- en zoveel gevallen onderzoek, klinkt het dan. En ook: in de wijkverpleging is het ‘veel erger dan in andere zorgsectoren’. Deze week verscheen er een groot artikel in de Telegraaf en naar aanleiding daarvan in andere media zoals Skipr: Zilveren Kruis is fraude op het spoor. Joepie. Of nee, natuurlijk niet joepie. Het is belangrijk dat de zorgverzekeraar zijn werk doet en sterk afwijkend of opvallend declaratiegedrag verder onderzoekt op wat er aan de hand is. En zo nodig daarop acteert: in eerste instantie met de zorgaanbieders in kwestie in gesprek gaan en afspraken maken. En als de verzekeraar echt denkt dat er iets niet in de haak is, kunnen ze de kwestie overdragen aan het Openbaar Ministerie. Maar de verzekeraar doet alsof het de normaalste zaak van de wereld is om te spreken van fraude. Daar heb ik veel moeite mee. De zorgverzekeraar staat erom bekend met de nieuwe inkoopaanpak meer zorgorganisaties geen contract dan wel een contract te geven. Vervolgens wordt er vanuit dezelfde verzekeraar geklaagd over het gegeven dat er zoveel zorgaanbieders zijn die ongecontracteerd zorg leveren. Euhm, ja.

Van de zorgaanbieders zonder contract krijgt de verzekeraar minder informatie binnen dan van gecontracteerde zorgaanbieders. Dat is de logica van contracteren: je spreekt met elkaar een contract af en daarbij spreek je af welke informatie je over en weer nodig hebt om goed zaken te kunnen doen. Wanneer je geen contract hebt, dan ontbreekt die informatiestroom over en weer. Dat maakt de zorgverzekeraar argwanend, zeker wanneer er behoorlijk wat uren per cliënt worden gedeclareerd. In veel gevallen is er niets aan de hand en gaat het om cliënten die daadwerkelijk veel zorg nodig hebben. Natuurlijk zullen er ook organisaties zijn die ‘gebruik’ maken van de situatie en meer uren indiceren en leveren dan vergelijkbare zorgaanbieders met een contract. Is dat doelmatig? Nee. Is het verboden? Nee, dat ook niet. Indicatiestellers hebben namelijk de ruimte om meer of minder uren te indiceren op basis van wat de cliënt nodig heeft. Binnen de professionele standaarden is er ruimte om het eigen inzicht toe te passen en dus meer of minder doelmatig te werk te gaan. Als je een contract hebt, dan kan je daar met elkaar afspraken over maken en kan je bijvoorbeeld afspreken dat je een hoger uurtarief krijgt als het je lukt om goede zorg te leveren met minder uren inzet. Als je geen contract hebt, dan is die beloning er niet. Je krijgt als niet-gecontracteerde zorgaanbieder toch al een lager uurtarief dan een gecontracteerde zorgaanbieder, dus ben je eerder geneigd om ruimer te indiceren en meer uren te maken per cliënt. Zo kan je het verlies aan inkomsten door het lagere tarief compenseren met een hoger volume. En dat gebeurt. Is dat goed? Nee. Is dat fraude? Nee, niet zo lang je je houdt aan de professionele standaarden. Maar Zilveren Kruis noemt alle aanbieders met een hoge urenomzet per cliënt al heel snel ‘mogelijke fraudeurs’. Door dit soort berichten naar buiten te brengen, raakt de hele sector beschadigd. In Nederland ben je onschuldig totdat het tegendeel is bewezen. Zo werkt onze rechtsstaat. Maar feitelijk zegt Zilveren Kruis: u bent schuldig totdat het tegendeel is bewezen. En trouwens: u krijgt ook geen nieuw contract zo lang als wij het nodig vinden dat onze fraude-afdeling onderzoek naar u doet en eventuele ingediende declaraties betalen we ook niet uit gedurende een onderzoek. Helaas, dit is treurige werkelijkheid van veel zorgaanbieders.

Maarten Oosterkamp, bestuurssecretaris

18 oktober 2017

Besparen op wijkverpleging? Think twice.

Het nieuwe kabinet kondigt aan te gaan bezuinigen op wijkverpleging. Nu tikken de zorgeconomen me natuurlijk op de vingers: het gaat om een besparing ten opzichte van een groeiend macrokader, dus netto komt er misschien geld bij. Vast wel. Maar het is wel gezegd. En het is zo gemakkelijk gezegd. Besparen. Het is een volstrekt onlogische uitspraak. En naarmate ik er langer over nadenk, kom ik tot de conclusie dat er waarschijnlijk te weinig beeld is van wat er in wijkverpleging werkelijk gebeurt. Tegen welke schandalig lage tarieven we tegenwoordig moeten werken. Zo hoor ik van een BTN-lid dat er voor de verpleging van een bedlegerige ALS-cliënt 48 euro per uur wordt betaald. Met beademing en alles erop en eraan. 48 euro… Bruto!! Met zo’n integraal tarief worden kleinere spelers die in complexe omstandigheden moeten werken, tegenwoordig uitgeknepen. Grotere spelers in de wijkverpleging krijgen een ongeveer tientje per uur meer. Even ter vergelijking: een uur begeleiding van mensen met autisme of dementie (dat valt officieel onder de ggz) levert een uurtarief op van 78 euro. Verder besparen op de wijkverpleging? Alleen als we deze sector om zeep willen helpen.

Maarten Oosterkamp, bestuurssecretaris

13 oktober 2017

Zorgverzekeraars kopen steeds minder wijkverpleging in

Dat kleinere zorgaanbieders wijkverpleging met een specifieke doelgroep geen contract krijgen, lijkt geen toeval. Ik zie dat dit toeneemt. De kosten van de verzekerden met wijkverpleging beperken zich immers bijna nooit tot wijkverpleging. Het zijn de kwetsbare ouderen, de zwakkeren, de mensen met een specifieke aandoening die veel zorg nodig hebben. Dat zijn dure verzekerden waar je als verzekeraar verlies op leidt. Deze klanten gaan vaker naar de huisarts, ziekenhuis, gebruiken meer medicijnen enzovoorts. Verlies op dure verzekerden betekent dat je de premie niet kan verlagen. Ondiplomatiek gezegd: het is best eenvoudig om goede sier te maken met een gunstige premie als je contracten met aanbieders voor dure verzekerden niet afsluit. Verzekeraars kunnen gewoon zeggen dat de zorg “niet doelmatig is”. Dat is een onzin-bewering en kan niet worden onderbouwd, maar kleine aanbieders kunnen niet tegen verzekeraars opboksen. En de verzekeraars lijken ermee weg te komen. De grote groep verzekerden zal je er vermoedelijk niet over horen. Die zien niet wat er precies gebeurt. De meeste mensen zien alleen maar hun eigen maandelijkse premie.

En als verzekeraars vinden dat ik met deze uitspraken te ver ga, stel ik het volgende voor: we huren een grote zaal af, nodigen 20 zorgaanbieders die volgens verzekeraars ondoelmatig zijn uit, we vragen hen hun verhaal te doen over welke doelgroep, hoe ze indiceren, wat voor zorg ze leveren enzovoorts en dan vragen we verzekeraars vervolgens om uit te leggen wat er niet doelmatig aan is. En als verzekeraars dat niet kunnen uitleggen, dan krijgt elk van die aanbieders gewoon een contract en wordt er niet meer geknepen op hun urenvolume. Goed voorstel?

Maarten Oosterkamp, bestuurssecretaris

10 oktober 2017