Implementatie kwaliteitskader verpleeghuiszorg

Afgelopen week (10 april 2018) presenteerde minister Hugo de Jonge van VWS zijn nieuwe loot aan zijn boom vol grootste plannen voor de zorg. Dit document geeft het beleid weer dat als rechtvaardiging geldt voor de 2.1 miljard die de overheid heeft gekoppeld aan betere verpleeghuiszorg. Trots meldt de minister dat het budget verpleeghuiszorg omhoog gaat naar 13.1 miljard en geeft tegelijk streng aan dat het geld direct weer terug gehaald wordt als de doelen van het beleid niet bereikt worden. Dat is overigens niet meteen betere verpleeghuiszorg maar vooral de tastbare toename van het personeel met minimaal 10.000 fte per jaar. En omdat in de zorg redelijk veel parttime wordt gewerkt gaat het om tienduizenden banen. Dat lijkt toch goed nieuws. Toch?

BTN heeft van het begin vraagtekens geplaatst bij deze benadering. En dat is niet alleen omdat – zoals ook het CBS aangeeft – er een ontwrichting dreigt voor de zorgsector nu één onderdeel daarvan zo’n grote kapitaalinjectie krijgt. De koopkracht aan de kant van de verpleeghuizen stijgt fors, maar belangrijker: het is de minister die overal roept dat hij het geld terughaalt als er geen nieuwe mensen aangenomen worden. En waar zijn die nieuwe mensen nu te vinden als opleiden jaren duurt en de opleidingen ook nog eens een numerus fixus hebben: juist bij de andere aanbieders van zorg die niet die kapitaal injectie gekregen hebben!

De belangrijkste bezwaren van BTN hebben echter niet met de arbeidsmarkt te maken, hoewel die gevolgen zeer ernstig kunnen zijn, maar met de inhoudelijke vraagstelling zelf. In de eerste plaats is het misschien goed te onderstrepen dat het wat BTN betreft om goede verpleegzorg moet gaan. Zonder het “huis” in de vergelijking. Dat is niet alleen omdat leden van BTN staan voor ZorgThuis – ook BTN heeft leden met verpleeghuizen – maar omdat de notie van goede zorg in het kwaliteitskader ook vertrekt vanuit de cliënt die thuis woont, ongeacht waar dat huis staat. En als we weten – wij bij BTN in ieder geval wel – dat de meeste mensen thuis zorg willen krijgen, ook nog wel eens tot een punt waarop het niet meer verantwoord kan, en de capaciteit aan verpleeghuisplaatsen al jaren gelijk is, en de demografische ontwikkelingen laten zien dat er een grote vergrijzing plaatsvindt, en de mensen ouder worden ongeacht hun kwetsbaarheid en niet het minst belangrijk, nu op dit moment maar een klein percentage van de kwetsbare ouderen die zorg nodig hebben in een verpleeghuis wonen. Het overgrote deel van ouderen die zorg nodig heeft woont gewoon thuis en krijgt daar zorg; ook verpleegzorg. En die hebben niets aan die 2.1. miljard die nu in de verpleegHUISzorg  terecht komt.

Ja, op termijn wel, als ze in een noodsituatie via een crisisplaatsing meestal ver van hun woonplaats en sociale netwerk worden opgenomen. Of als ze na heel lang wachten op de wachtlijst met een toegenomen kwetsbaarheid met een veel zwaardere zorgvraag, eindelijk een plek hebben in een verpleeghuis om daar de laatste maanden van hun leven door te brengen. Meestal nadat ze al lange tijd – soms als het eigenlijk niet meer verantwoord was, maar net niet erg genoeg – op de wachtlijst stonden en mogelijk niet de verpleegzorg kregen die bij de ernst van hun situatie past. Want in de meeste verpleeghuizen wordt ook nu al, goede zorg verleend. Internationaal scoren we behoorlijk goed. Maar er zijn nu wel verschillen in kwaliteit aan te wijzen. En die mogen van ons natuurlijk per direct verbeteren. De vraag voor ons is echter of dat nu gaat via dat opgelegd pandoer van de aanstaande “ratrace” om schaarse personeelsleden.

Uiteindelijk gaat het om betere kwaliteit verpleegzorg (zonder huis, maar mag wel in huis) en tevreden cliënten en naasten. En daar raken we de kern van ons bezwaar tegen de plannen van de minister: betere kwaliteit van verpleegzorg krijg je door te investeren in zorg thuis!

Een verpleeghuis moet geen eiland zijn van een huis met een uithangbord: “verpleeghuis”. Door verbinding te zoeken met zorgpartijen in de wijk, outreachend te werken en kennis en kunde extramuraal in te zetten, zoeken van afstemming met gemeentelijk wijkgericht werken, huisartsen en wijkverpleging, kunnen gezamenlijk werkende zorgverleners binnen en buiten het verpleeghuis, vaststellen waar de kwetsbaren groepen zitten en hoe het staat met hun ontwikkeling op bij hen denkbare zorgtrajecten. Immers voor iedereen geldt dat naar mate men ouder wordt er kwetsbaarheden ontstaan die uiteindelijk resulteren in toenemende zorgvraag. Ook als de kwetsbaarheid met eenzaamheid of financiële zorgen samenhangt.

Door deze werkwijze kunnen de kwetsbaarheden in het “bedieningsgebied ”beter in kaart komen en kan er al veel betere zorg verleend worden op “de oprijlaan in de richting van het verpleeghuis”. Dan ontstaan er echte zorgketens die over de financiële schotten heen (die decentralisatie zal later als historische fout in de geschiedenisboeken komen) een optimaal en doelmatig zorgaanbod organiseren op de zorgvraag die met de geconstateerde kwetsbaarheid samenhangt. En dan zullen door de andere wijze van organiseren van zorg ook nieuwe zorgconcepten ontstaan tussen “thuis en in huis”. Ook dat is een probleem met beleidsplan van de minister: volstrekt niet toekomst gericht maar vooral gericht op het in stand houden van de huidige werkwijze!

Hans Buijing
Bestuurder BTN

Selectie instrumenten cliëntervaringsonderzoek nog niet bekend

Op 31 maart 2018 had de selectie van instrumenten voor cliëntervaringsonderzoek in de verpleeghuiszorg gereed moeten zijn. De stuurgroep kwaliteitskader verpleeghuiszorg heeft in maart een besluit genomen. Over het besluit is nog overleg gaande met het Zorginstituut. Nader bericht volgt zo spoedig mogelijk.

Het maken van een selectie van instrumenten voor cliëntwaarderingsonderzoek is één van de ontwikkelopdrachten uit het kwaliteitskader verpleeghuiszorg.  LOC en PFN (Nederlandse Patiëntenfederatie) zijn namens de stuurgroep trekker van de opdracht. Het is de bedoeling dat het overleg met het Zorginstituut zeer binnenkort plaatsvindt. Zodra er meer bekend is, zal BTN de leden nader informeren.