De thuiszorgmarkt zit op slot

Categories: blogTags: , , on

Ondanks het feit dat er in de wijkverpleging veel zorgaanbieders zijn, zit de thuiszorgmarkt op slot. Zorgverzekeraars contracteren conservatief. Wat de boer niet kent, lijkt het devies. Zorgverzekeraars lijken ook gemakzuchtig. Inspanning kost geld, redeneren ze. Liever weinig partijen contracteren dan moeite doen om te oogsten van de diversiteit van het zorgaanbod.

Lees de blog op Skipr

 

Gemeenten bevestigen noodzaak AMvB reële prijs

Categories: blogTags: , on

Vandaag verscheen een artikel van wethouder Corine Dijkstra van gemeente Gouda in Zorgvisie. Gouda leidt het verzet van de grootste 40 gemeenten (G40) tegen de schijnbaar slechte deal die VNG heeft gemaakt met het Rijk over de gemeente-financiën. Ik maak me ernstig zorgen over deze strijd tussen gemeenten en het Rijk, die over de ruggen van zorgaanbieders lijkt te worden gevoerd.

Eerst wat zaken rechtzetten over uitspraken die Dijkstra deed. Zo zegt ze dat er geen rem meer is op de loonstijgingen die werkgevers en werknemers afspreken. Dat is een onzin-uitspraak, die geen recht doet aan de beheerste loongroei die de CAO-VVT kenmerkt. Werkgevers en werknemers zijn ‘gekke henkie’ niet. Natuurlijk weten vakbonden en werkgevers dat er grenzen zijn aan de mogelijkheden van een cao. Bovendien hebben we niet alleen te maken met gemeenten. Een relatief klein deel van de CAO-VVT speelt zich af in het gemeentelijke domein. Een veel groter deel van de zorg nemen zorgverzekeraars en zorgkantoren voor hun rekening. En er zijn ook mensen die de zorg zelf betalen. De uitspraken lijken vooral ongegronde angst te moeten aanwakkeren. Waarvoor is me niet helemaal helder.

Tevens zegt Dijkstra dat gemeenten ook poetshulpen kunnen inschakelen en dus een andere CAO kunnen toepassen. Dat is ook weer een ongerichte dreiging. Tegen wie en waarom is me niet duidelijk. Maar schijnbaar wil ze een statement maken dat gemeenten niet met zich hoeven te laten sollen en de wet naar hun eigen hand kunnen zetten, wanneer ze daar zin in hebben. Precies om dit soort uitspraken hebben we in Nederland CAO’s die de rechten van werknemers beschermen en willekeur tegengaan. De uitspraak is bovendien in strijd met uitspraken van de vorige staatssecteris van VWS, Martin van Rijn, die in zijn antwoord aan de Tweede Kamer duidelijk heeft gemaakt dat er maar één CAO van toepassing is voor hulp bij het huishouden en dat is de CAO-VVT. De wetgever maakt hier duidelijk hoe de wet geïnterpreteerd moet worden. En niet alleen u en ik, maar ook gemeenten moeten zich aan de wet houden.

De G40 is tegen de AMvB reële prijs. Dat kan wel zo zijn, maar toe nu toe laten gemeenten nog niet erg merken dat ze reële prijzen voor hulp bij het huishouden serieus nemen. Al eerder hebben wij aangegeven dat het merendeel van de gemeenten te lage tarieven betaalt. Hoezo is die AMvB dan niet nodig? Die is meer nodig dan ooit. Als gemeenten niet snel iets aan de tarieven doen, dan gaan er weer veel, heel veel zorgaanbieders omvallen en verliezen veel medewerkers hun baan.

De G40 is vooral tegen de deal die VNG heeft gemaakt. Steeds meer gemeenten geven aan dat ze met het geld dat ze krijgen, de zorg niet meer kunnen betalen. Als dat waar is, ik kan het zelf niet verifiëren, dan heeft VNG boter op het hoofd. De VNG heeft namelijk steeds aangegeven dat gemeenten geld genoeg hebben om de HV-schaal te betalen en CAO-stijgingen op te vangen. Gemeenten betwisten dit dus. Deze twist dreigt een drama te worden voor de zorg, als het niet wordt opgelost. Werkgevers en werknemers willen goede zorg leveren aan mensen die zorg nodig hebben. De zorg is absoluut niet gebaat bij deze bekvechterij. Je mag werkgevers niet kwalijk nemen dat ze goed voor het personeel willen zorgen en daar een fatsoenlijke vergoeding voor vragen. Want dat is waar we het hier over hebben.

Maarten Oosterkamp, bestuurssecretaris

Gemeenten hebben geld genoeg voor het sociaal domein

Categories: blogTags: , , on

De afgelopen tijd horen wij vaak dat gemeenten zeggen geen geld te hebben om dekkende tarieven af te spreken voor de diensten die ze inkopen voor het sociaal domein, zoals hulp bij het huishouden. Zorgaanbieders lopen er tegenaan dat dit als argument wordt gebruikt om de prijzen laag te houden.

Ik vind het een onverkwikkelijke redenering. Gemeenten en zorgaanbieders moeten een passende en dekkende prijs overeen kunnen komen voor het werk dat wordt geleverd. Zorgaanbieders die hun verantwoordelijkheid nemen om goede werkgevers te zijn, zouden juist moeten worden omarmd. Het is mensenwerk. De medewerkers die in dienst zijn bij zorgaanbieders zijn doorgaans burgers in dezelfde gemeente, net als de cliënten die hulp nodig hebben. Daar zou elk gemeentebestuur toch oog voor moeten hebben?

Hoe zit het dan met de vergoeding die gemeenten krijgen? Hebben ze genoeg geld om zorg in te kopen? Hebben ze genoeg geld om de CAO te betalen? Ja, er is geld genoeg. Ik focus me op de hulp bij het huishouden.

Vorig jaar, in de zomer van 2017, kwamen werkgevers en werknemers, met steun van het ministerie van VWS, overeen dat huishoudelijk hulp beter betaald moet worden. In de CAO is een nieuwe HV-loonschaal ingevoerd, die een forse verbetering is voor de medewerkers die tot nu toe in FWG-schaal 10 van de CAO-VVT waren ingeschaald. In het voorjaar van 2018 is die CAO-afspraak definitief gemaakt.

Het ministerie van VWS en de VNG zijn van meet af aan op de hoogte geweest van de kostenstijgingen als gevolg van de HV-loonschaal en hebben afspraken gemaakt hoe gemeenten deze kostenstijging kunnen opvangen. VNG heeft daarover verschillende berichten gepubliceerd.

Het eerste bericht van VNG-> gemeenten worden gecompenseerd voor de loonschaal:

https://vng.nl/onderwerpenindex/maatschappelijke-ondersteuning/financien-wmo/nieuws/akkoord-over-hogere-loonschaal-huishoudelijke-hulp-wmo

Het tweede bericht van VNG -> compensatie voor gemeenten komt voort uit het Interbestuurlijk Programma (IBP) dat de VNG afsloot met het Rijk

https://vng.nl/files/vng/20180329-invoering-nieuwe-loonschaal-hh.pdf

Maar met een eenmalige afspraak over de loonschaal zijn we er nog niet. CAO-afspraken worden met regelmaat herzien, want lonen moeten blijven meegroeien met de kostenstijgingen waar alle Nederlanders mee te maken hebben. De huren en de boodschappen worden altijd duurder. Om de loonstijgingen, die worden afgesproken in CAO’s, te kunnen opvangen krijgen de verschillende zorgfinanciers (gemeenten, justitie, zorgkantoren en zorgverzekeraars) jaarlijks een toevoeging aan hun budget. Deze toevoeging noemen we de OVA-index. Deze index bevat drie componenten: 1) de loonindex (ongeveer gelijk aan het inflatiecijfer), 2) een component die compenseert dat medewerkers stappen maken in hun loonschaal (dus in een hogere trede terecht komen) en 3) een component die bedoeld is ter compensatie voor de stijging van sociale premies. Het OVA-indexcijfer is een percentage. Ook gemeenten krijgen deze OVA-index en kunnen daarmee de CAO-loonstijgingen betalen.

Dit is te lezen in de derde update van VNG -> Voor de CAO-stijging worden gemeenten gecompenseerd via de OVA-index.

https://vng.nl/onderwerpenindex/maatschappelijke-ondersteuning/maatwerkvoorzieningen-wmo/nieuws/update-invoering-nieuwe-loonschaal-huishoudelijke-hulp

Tenslotte, er zijn gemeenten die, ondanks alle toevoegingen aan het gemeentefonds, het financieel niet redden. Deze gemeenten kunnen een beroep doen op een speciaal noodfonds voor het sociaal domein

https://www.binnenlandsbestuur.nl/bestuur-en-organisatie/nieuws/100-miljoen-extra-voor-tekorten-sociaal-domein.9581280.lynkx

Kortom, het gebrek-aan-geld-argument is geen valide argument om te lage prijzen te bedingen.

 

Maarten Oosterkamp, bestuurssecretaris

5 juni 2018

Implementatie kwaliteitskader verpleeghuiszorg

Categories: blogTags: on

Afgelopen week (10 april 2018) presenteerde minister Hugo de Jonge van VWS zijn nieuwe loot aan zijn boom vol grootste plannen voor de zorg. Dit document geeft het beleid weer dat als rechtvaardiging geldt voor de 2.1 miljard die de overheid heeft gekoppeld aan betere verpleeghuiszorg. Trots meldt de minister dat het budget verpleeghuiszorg omhoog gaat naar 13.1 miljard en geeft tegelijk streng aan dat het geld direct weer terug gehaald wordt als de doelen van het beleid niet bereikt worden. Dat is overigens niet meteen betere verpleeghuiszorg maar vooral de tastbare toename van het personeel met minimaal 10.000 fte per jaar. En omdat in de zorg redelijk veel parttime wordt gewerkt gaat het om tienduizenden banen. Dat lijkt toch goed nieuws. Toch?

BTN heeft van het begin vraagtekens geplaatst bij deze benadering. En dat is niet alleen omdat – zoals ook het CBS aangeeft – er een ontwrichting dreigt voor de zorgsector nu één onderdeel daarvan zo’n grote kapitaalinjectie krijgt. De koopkracht aan de kant van de verpleeghuizen stijgt fors, maar belangrijker: het is de minister die overal roept dat hij het geld terughaalt als er geen nieuwe mensen aangenomen worden. En waar zijn die nieuwe mensen nu te vinden als opleiden jaren duurt en de opleidingen ook nog eens een numerus fixus hebben: juist bij de andere aanbieders van zorg die niet die kapitaal injectie gekregen hebben!

De belangrijkste bezwaren van BTN hebben echter niet met de arbeidsmarkt te maken, hoewel die gevolgen zeer ernstig kunnen zijn, maar met de inhoudelijke vraagstelling zelf. In de eerste plaats is het misschien goed te onderstrepen dat het wat BTN betreft om goede verpleegzorg moet gaan. Zonder het “huis” in de vergelijking. Dat is niet alleen omdat leden van BTN staan voor ZorgThuis – ook BTN heeft leden met verpleeghuizen – maar omdat de notie van goede zorg in het kwaliteitskader ook vertrekt vanuit de cliënt die thuis woont, ongeacht waar dat huis staat. En als we weten – wij bij BTN in ieder geval wel – dat de meeste mensen thuis zorg willen krijgen, ook nog wel eens tot een punt waarop het niet meer verantwoord kan, en de capaciteit aan verpleeghuisplaatsen al jaren gelijk is, en de demografische ontwikkelingen laten zien dat er een grote vergrijzing plaatsvindt, en de mensen ouder worden ongeacht hun kwetsbaarheid en niet het minst belangrijk, nu op dit moment maar een klein percentage van de kwetsbare ouderen die zorg nodig hebben in een verpleeghuis wonen. Het overgrote deel van ouderen die zorg nodig heeft woont gewoon thuis en krijgt daar zorg; ook verpleegzorg. En die hebben niets aan die 2.1. miljard die nu in de verpleegHUISzorg  terecht komt.

Ja, op termijn wel, als ze in een noodsituatie via een crisisplaatsing meestal ver van hun woonplaats en sociale netwerk worden opgenomen. Of als ze na heel lang wachten op de wachtlijst met een toegenomen kwetsbaarheid met een veel zwaardere zorgvraag, eindelijk een plek hebben in een verpleeghuis om daar de laatste maanden van hun leven door te brengen. Meestal nadat ze al lange tijd – soms als het eigenlijk niet meer verantwoord was, maar net niet erg genoeg – op de wachtlijst stonden en mogelijk niet de verpleegzorg kregen die bij de ernst van hun situatie past. Want in de meeste verpleeghuizen wordt ook nu al, goede zorg verleend. Internationaal scoren we behoorlijk goed. Maar er zijn nu wel verschillen in kwaliteit aan te wijzen. En die mogen van ons natuurlijk per direct verbeteren. De vraag voor ons is echter of dat nu gaat via dat opgelegd pandoer van de aanstaande “ratrace” om schaarse personeelsleden.

Uiteindelijk gaat het om betere kwaliteit verpleegzorg (zonder huis, maar mag wel in huis) en tevreden cliënten en naasten. En daar raken we de kern van ons bezwaar tegen de plannen van de minister: betere kwaliteit van verpleegzorg krijg je door te investeren in zorg thuis!

Een verpleeghuis moet geen eiland zijn van een huis met een uithangbord: “verpleeghuis”. Door verbinding te zoeken met zorgpartijen in de wijk, outreachend te werken en kennis en kunde extramuraal in te zetten, zoeken van afstemming met gemeentelijk wijkgericht werken, huisartsen en wijkverpleging, kunnen gezamenlijk werkende zorgverleners binnen en buiten het verpleeghuis, vaststellen waar de kwetsbaren groepen zitten en hoe het staat met hun ontwikkeling op bij hen denkbare zorgtrajecten. Immers voor iedereen geldt dat naar mate men ouder wordt er kwetsbaarheden ontstaan die uiteindelijk resulteren in toenemende zorgvraag. Ook als de kwetsbaarheid met eenzaamheid of financiële zorgen samenhangt.

Door deze werkwijze kunnen de kwetsbaarheden in het “bedieningsgebied ”beter in kaart komen en kan er al veel betere zorg verleend worden op “de oprijlaan in de richting van het verpleeghuis”. Dan ontstaan er echte zorgketens die over de financiële schotten heen (die decentralisatie zal later als historische fout in de geschiedenisboeken komen) een optimaal en doelmatig zorgaanbod organiseren op de zorgvraag die met de geconstateerde kwetsbaarheid samenhangt. En dan zullen door de andere wijze van organiseren van zorg ook nieuwe zorgconcepten ontstaan tussen “thuis en in huis”. Ook dat is een probleem met beleidsplan van de minister: volstrekt niet toekomst gericht maar vooral gericht op het in stand houden van de huidige werkwijze!

Hans Buijing
Bestuurder BTN

Zilveren Kruis en ongecontracteerde zorg

Categories: blogTags: , , on

Zilveren Kruis zet nieuwe stappen om zorgaanbieders zonder contract het werken onmogelijk te maken. Deze week ontvingen cliënten en zorgaanbieders een brief van de verzekeraar.

Of er daadwerkelijk sprake is van een hinderpaal (artikel 13 Zvw), is voer voor rechters. U hebt zeker kans van slagen als u of uw cliënt naar een rechter stapt en het recht op vrije keuze van uw zorgverlener opeist. Het door ZK gehanteerde tarief van 75% van het markttarief (ook al wordt dit percentage vaker gehanteerd) kan zo laag uitpakken, dat er sprake is van een hinderpaal. 75% van 100 euro is namelijk iets anders dan 75% van 10.000 euro. Per cliënt en per zorgaanbieder zal dit apart worden beoordeeld. Verder wil Zilveren Kruis dat de cliënt de nota eerst zelf betaalt. Voor veel cliënten is dat een onhaalbare verwachting. Ook deze voorwaarde kan als een hinderpaal worden gezien. Hoe dan ook: geen andere verzekeraar in de hogere prijsklasse gaat zo ver in het creëren van beperkingen als Zilveren Kruis. Dat waren we tot nu toe alleen gewend van de zogenoemde budgetpolissen. Ik ben benieuwd wat de verzekerden hier van vinden en of we in het overstapgedrag daar de gevolgen van gaan zien.

Maarten Oosterkamp, bestuurssecretaris

13 november 2017

Overeenkomst tussen wijkverpleging, ggz, ziekenhuis en apotheek

Categories: blogTags: , , on

Het is in de wijkverpleging niet anders dan in de ziekenhuizen, in de ggz of in de apotheek. Een in omvang beperkte groep cliënten maakt hoge kosten. Verzekeraars lijken dit niet door te hebben of willen het niet snappen. Je kan niet iedereen op ” gemiddeld zorggebruik” (11-15 uur zorg per maand) zetten en vervolgens beweren dat je gepaste zorg inkoopt. Dan voldoe je als verzekeraar niet aan je zorgplicht. Zorgaanbieders die zich richten op die bovengemiddelde groep cliënten, bijvoorbeeld op cliënten met multimorbiditeit, cliënten in de laatste levensfase of in de palliatief-terminale fase, doen dus niets fout en zijn ook niet ondoelmatig. En die hoef je ook niet meteen als boeven weg te zetten, zoals Zilveren Kruis doet.
Verzekeraars: verdiep je echt in welke zorg je bij wie in koopt. Kom achter je laptop met spreadsheet vandaan. Zie hoe kleurrijk het palet zorgaanbieders is en hoeveel kansen er zijn om wachtlijsten te beperken. Neem ook je verzekerden serieus en kijk waar hun voorkeur ligt.
NZa: pak zorgverzekeraars aan die alle zorgaanbieders (en daarmee alle cliënten) over 1 kam scheren en op een urenrantsoen zetten. Dat is geen passende zorg. De route die verzekeraars nu bewandelen leidt tot overbevolking van SEH’s, ziekenhuizen en verpleeghuizen. Zonde en niet nodig.

 

Maarten Oosterkamp, bestuurssecretaris

24 oktober 2017

Zilveren Kruis zegt: u bent schuldig totdat het tegendeel is bewezen

Categories: blogTags: , , on

Is het u ook opgevallen? De laatste maanden zoekt Zilveren Kruis telkens de media op om te berichten over onderzoeken naar ‘fraude in de wijkverpleging’. We doen naar zo- en zoveel gevallen onderzoek, klinkt het dan. En ook: in de wijkverpleging is het ‘veel erger dan in andere zorgsectoren’. Deze week verscheen er een groot artikel in de Telegraaf en naar aanleiding daarvan in andere media zoals Skipr: Zilveren Kruis is fraude op het spoor. Joepie. Of nee, natuurlijk niet joepie. Het is belangrijk dat de zorgverzekeraar zijn werk doet en sterk afwijkend of opvallend declaratiegedrag verder onderzoekt op wat er aan de hand is. En zo nodig daarop acteert: in eerste instantie met de zorgaanbieders in kwestie in gesprek gaan en afspraken maken. En als de verzekeraar echt denkt dat er iets niet in de haak is, kunnen ze de kwestie overdragen aan het Openbaar Ministerie. Maar de verzekeraar doet alsof het de normaalste zaak van de wereld is om te spreken van fraude. Daar heb ik veel moeite mee. De zorgverzekeraar staat erom bekend met de nieuwe inkoopaanpak meer zorgorganisaties geen contract dan wel een contract te geven. Vervolgens wordt er vanuit dezelfde verzekeraar geklaagd over het gegeven dat er zoveel zorgaanbieders zijn die ongecontracteerd zorg leveren. Euhm, ja.

Van de zorgaanbieders zonder contract krijgt de verzekeraar minder informatie binnen dan van gecontracteerde zorgaanbieders. Dat is de logica van contracteren: je spreekt met elkaar een contract af en daarbij spreek je af welke informatie je over en weer nodig hebt om goed zaken te kunnen doen. Wanneer je geen contract hebt, dan ontbreekt die informatiestroom over en weer. Dat maakt de zorgverzekeraar argwanend, zeker wanneer er behoorlijk wat uren per cliënt worden gedeclareerd. In veel gevallen is er niets aan de hand en gaat het om cliënten die daadwerkelijk veel zorg nodig hebben. Natuurlijk zullen er ook organisaties zijn die ‘gebruik’ maken van de situatie en meer uren indiceren en leveren dan vergelijkbare zorgaanbieders met een contract. Is dat doelmatig? Nee. Is het verboden? Nee, dat ook niet. Indicatiestellers hebben namelijk de ruimte om meer of minder uren te indiceren op basis van wat de cliënt nodig heeft. Binnen de professionele standaarden is er ruimte om het eigen inzicht toe te passen en dus meer of minder doelmatig te werk te gaan. Als je een contract hebt, dan kan je daar met elkaar afspraken over maken en kan je bijvoorbeeld afspreken dat je een hoger uurtarief krijgt als het je lukt om goede zorg te leveren met minder uren inzet. Als je geen contract hebt, dan is die beloning er niet. Je krijgt als niet-gecontracteerde zorgaanbieder toch al een lager uurtarief dan een gecontracteerde zorgaanbieder, dus ben je eerder geneigd om ruimer te indiceren en meer uren te maken per cliënt. Zo kan je het verlies aan inkomsten door het lagere tarief compenseren met een hoger volume. En dat gebeurt. Is dat goed? Nee. Is dat fraude? Nee, niet zo lang je je houdt aan de professionele standaarden. Maar Zilveren Kruis noemt alle aanbieders met een hoge urenomzet per cliënt al heel snel ‘mogelijke fraudeurs’. Door dit soort berichten naar buiten te brengen, raakt de hele sector beschadigd. In Nederland ben je onschuldig totdat het tegendeel is bewezen. Zo werkt onze rechtsstaat. Maar feitelijk zegt Zilveren Kruis: u bent schuldig totdat het tegendeel is bewezen. En trouwens: u krijgt ook geen nieuw contract zo lang als wij het nodig vinden dat onze fraude-afdeling onderzoek naar u doet en eventuele ingediende declaraties betalen we ook niet uit gedurende een onderzoek. Helaas, dit is treurige werkelijkheid van veel zorgaanbieders.

Maarten Oosterkamp, bestuurssecretaris

18 oktober 2017

Besparen op wijkverpleging? Think twice.

Categories: blogTags: , , on

Het nieuwe kabinet kondigt aan te gaan bezuinigen op wijkverpleging. Nu tikken de zorgeconomen me natuurlijk op de vingers: het gaat om een besparing ten opzichte van een groeiend macrokader, dus netto komt er misschien geld bij. Vast wel. Maar het is wel gezegd. En het is zo gemakkelijk gezegd. Besparen. Het is een volstrekt onlogische uitspraak. En naarmate ik er langer over nadenk, kom ik tot de conclusie dat er waarschijnlijk te weinig beeld is van wat er in wijkverpleging werkelijk gebeurt. Tegen welke schandalig lage tarieven we tegenwoordig moeten werken. Zo hoor ik van een BTN-lid dat er voor de verpleging van een bedlegerige ALS-cliënt 48 euro per uur wordt betaald. Met beademing en alles erop en eraan. 48 euro… Bruto!! Met zo’n integraal tarief worden kleinere spelers die in complexe omstandigheden moeten werken, tegenwoordig uitgeknepen. Grotere spelers in de wijkverpleging krijgen een ongeveer tientje per uur meer. Even ter vergelijking: een uur begeleiding van mensen met autisme of dementie (dat valt officieel onder de ggz) levert een uurtarief op van 78 euro. Verder besparen op de wijkverpleging? Alleen als we deze sector om zeep willen helpen.

Maarten Oosterkamp, bestuurssecretaris

13 oktober 2017

Palliatieve zorg is niet doelmatig volgens Zilveren Kruis

Categories: blogTags: , , , , , on

Just another day at the office: gesprek met BTN-lid, met specialisatie in palliatieve zorg. Hij krijgt in Amsterdam geen contract met Zilveren Kruis. “Nee, niet ‘doelmatig’ he”, zegt hij met een glimlach. “We leveren natuurlijk veel zorg per klant, dus dan val je bij Zilveren Kruis buiten de boot”, zegt hij. “En we hebben een hoge turnover. Klanten zijn gemiddeld 18 dagen in zorg tot hun overlijden.” Geen contract met Zilveren Kruis, maar hij wordt wel door een grote zorgaanbieder in Amsterdam gevraagd om vrijwel alle palliatieve nachtzorg te doen. “Niemand anders kan dit”, zegt hij. Het is wel wrang. Hij zou graag een contract hebben. Gewoon, omdat hij vindt dat dat de normale gang van zaken zou moeten zijn. Hij heeft alles prima voor elkaar. Net opnieuw gecertificeerd met een HKZ certificaat, volgens de nieuwe HKZ-normen. Gelukkig is palliatieve zorg een goede gezonde motor voor zijn bedrijf. Hij klinkt zeker. Ik ben overtuigd. Wat een krachtige houding. Alles ziet er hier netjes uit. Wat een mooi bedrijf. Gewoon doorgaan, overtuigd van zijn kunnen. 

Maarten Oosterkamp, bestuurssecretaris

5 oktober 2017